• 18 DEC 14

    Bot transplantatie

    Verlies van kaakbot. Wanneer tanden en kiezen om welke reden dan ook verloren gaan, verliest de kaakwal zijn functie en gaat slinken. Niet alleen in de breedte maar ook in de hoogte gaat kaakbot verloren. Daarnaast wordt met het ouder worden de kaakholte groter en zakt uit in de bovenkaak.

    Bij een bottransplantatie wordt ergens in het lichaam bot weggenomen om daarmee vervolgens op een andere plaats bot te kunnen aanvullen (“bone graft”).

    Bij een bottransplantatie worden dus altijd twee operaties op hetzelfde moment uitgevoerd.

    bone-grafting

     

    Voor een bot transplantatie wordt meestal gekozen bij:

    • verbreding en/of verhoging van de kaakwal om deze geschikt te maken voor toekomstige implantaten
    • sinusbodem elevatie: ophogen van de bodem van de neusbijholte in de bovenkaak om deze geschikt te maken voor toekomstige implantaten
    • herstel van een defect in de kaak na een breuk of een voorgaande operatie.

     

    Implantaten hebben kaakbot nodig

    Implantaten kunnen dienen ter ondersteuning van bruggen of om een betere houvast voor de bovengebitsprothese te bereiken. Afhankelijk van de problemen die u ervaart, de ruimte tussen boven- en onderkaak en de gebitssituatie in de onderkaak zijn 2, 4 of 6 implantaten nodig. Bij 2 implantaten is vaak geen of een beperkte aanvullende botcorrectie nodig.

    Bij 4 of 6 implantaten is een uitgebreide botcorrectie nodig. Met de tandarts die de opbouw op de implantaten gaat maken, wordt afgestemd hoeveel implantaten er worden geplaatst en waar deze moeten komen.

    Het succespercentage van implantaten in de bovenkaak is afhankelijk van de hoeveelheid en kwaliteit van het kaakbot waarin zij worden geplaatst. Om implantaten stevig in het bot te laten vastgroeien, is het belangrijk dat er voldoende lengte kan worden bereikt en dat de implantaten bij plaatsing geheel door bot zijn omgeven.

    Het succespercentage van implantaten in de bovenkaak ligt in de buurt van 92%. Goede verzorging van de implantaten en alles wat daarop vastgemaakt is, draagt bij aan het succes op lange termijn.

    Machtiging zorgverzekeraar. Voor de voorbereidende botcorrectie, het plaatsen van implantaten en de opbouw met de nieuwe gebitsprothese moet bij de zorgverzekeraar een aparte machtiging worden aangevraagd. Uw  behandelaar zal deze aanvraag verzorgen.

     

    Waar wordt het bot vandaan gehaald?

    1. Bot uit het bekken

    In het bekken is voldoende bot voorhanden om de behandeling uit te voeren. Onder narcose wordt er een snee gemaakt van ongeveer 4-5 cm lengte ter hoogte van het uitstekende botdeel van de bekkenkam. De bovenrand van de bekkenkam wordt benaderd en een blokvormig bottransplantaat wordt verwijderd van de binnenzijde van de bekkenrand. Aanvullend wordt nog een hoeveelheid beenmerg mee genomen. De wond wordt vervolgens met oplosbaar hechtmateriaal onderhuids gehecht. Daarna worden pleisters aangebracht met een drukverband. Het bot wordt uit de bekken kam gehaald.

    1. Bot uit de kaakhoek

    Met een kleine operatie die geheel via de mond wordt uitgevoerd, kan bot worden verkregen waarmee een kaakopbouw voor een tot drie toekomstige implantaten kan worden gerealiseerd. De behandeling wordt onder plaatselijke verdoving uitgevoerd en duurt ongeveer een uur. Bij uitzondering vindt de behandeling onder narcose plaats.

    Er wordt tevoren een antibioticum gegeven (en een pijnstiller). Naderhand wordt de  antibioticumkuur voortgezet, evenals de pijnstillers. Ook wordt een mondspoeling voorgeschreven, die tweemaal daags moet worden gebruikt totdat de hechtingen zijn verwijderd. Dit is meestal na tien dagen.

    bot-transplantaat

    1. Bot uit de kin

    Ook deze kleine operatie wordt geheel via de mond uitgevoerd. Bij deze behandeling komen de kleine zenuwtakjes van de ondersnijtanden bloot te liggen met als gevolg enige tijd een verdoofd gevoel in de ondertanden. Gedurende 1 week is de kin/ onderlip flink gezwollen. De napijn valt meestal erg mee.

    1. Bot uit een potje (kunstbot)

    Als er slechts een kleine correctie van de bodem van de kaakholte (sinusbodemelevatie) nodig is en de kaakwal nog een redelijke vorm heeft, kan ervoor worden gekozen om alleen kunstbot te gebruiken. Bij kleine correcties is het resultaat goed. Bij grote botcorrecties zijn de resultaten niet goed voorspelbaar en daarom is het gebruik van kunstbot daarbij niet de eerste keus. Indien het gebruik van kunstbot voor u een optie is, zal het door de kaakchirurg met u worden besproken.

     

    De botcorrectie

    Er wordt een klein luikje gemaakt in de zijwand van de kaakholte en het bovenste deel van de kaakholte wordt voorzichtig naar boven verplaatst. De ontstane ruimte wordt vervolgens opgevuld met een mengsel van beenmerg en botvervangend middel.

    De kaakwal wordt waar nodig verbreed met stukjes van het blokvormig bottransplantaat van de bekkenkam en vastgezet met titaniumschroeven. Het eerder genoemde luikje in de kaakholte wordt hiermee afgesloten. Met kleine botsnippers, beenmerg en botvervangend middel worden overgangen en kleine kieren aangevuld.

    Het tandvlees wordt vervolgens ingesneden en opgerekt om de nu bredere kaak geheel te kunnen omvatten. De wond wordt zonder spanning gesloten met oplosbare hechtingen.

    Wat kunt u na de botcorrectie verwachten?

    Geen prothese in.  De kaak is totaal van vorm veranderd waardoor de bestaande bovengebitsprothese niet meer kan worden gedragen. Pas als de wond voldoende is genezen (na gemiddeld 2 tot 3 weken) kan de prothese worden aangepast door uw tandarts. De kaakchirurg zal bij het controlebezoek (1-2 weken na de behandeling) hierover een advies uitbrengen.

    Medicatie.  Als u naar huis gaat, ontvangt u een recept voor een antibioticumkuur voor 5 dagen. Het is belangrijk dat u deze kuur afmaakt. Bij pijn kunt u 3 x daags 600mg Ibuprofen of 2x daags 500mg Naproxen of 4-6x daags 500mg Paracetamol gebruiken.

     

    Risico’s

    Risico’s zijn klein. Of u last krijgt bij het lopen na het verwijderen van bot uit de bekkenkam is afhankelijk van uw algehele conditie en lichaamsgewicht. Bij de behandeling wordt met name eigen bot gebruikt waardoor directe afstotingsreacties niet zijn te verwachten. De kans op blijvende problemen op lange termijn is erg klein.

    Niet roken. Het is mogelijk dat u in uw mond ontstekingen krijgt. Roken is slecht voor de wondgenezing. U kunt voor uzelf het risico hierop verkleinen door vanaf 4 weken voorafgaand aan de behandeling niet te roken.

     

    Het vervolgtraject

    Een week na de behandeling, komt u terug bij onze kliniek voor een controlebezoek. Daar wordt de wond bekeken en een röntgenfoto gemaakt.

    Als genezing voorspoedig verloopt kan de tandarts 2 tot 3 weken na de behandeling de gebitsprothese aanpassen. Het advies is om dit gebit alleen in contact met andere mensen te dragen. Tijdens eten kunt u de prothese beter nog niet dragen. Het jonge bot is immers nog niet bestand tegen druk van de gebitsprothese.

     

    Het plaatsen van implantaten en de nieuwe gebitsprothese

    Na ongeveer vier maanden kunnen de implantaten worden geplaatst. Een implantaat heeft in het algemeen een helingtijd van minimaal zes weken, voordat de tandarts met de vervolgbehandeling (gebitsprothese, kroon, enzovoort) kan beginnen.

    Vragen

    Deze informatie geeft u een globale en algemene weergave van de feiten. Als u na het lezen van de toch nog vragen hebt, kunt u deze in een gesprek met de kaakchirurg aan de orde stellen en de details doornemen die op u persoonlijk van toepassing zijn.

    Bij vragen kunt u bellen met KC Flevoland: 088 ~ 444 79 79 of u kunt het contact formulier invullen.

Andere behandelingen van KC-Flevoland